Lekker bezig 6 voorjaar 2020

Stelen vissen – pulp (non-)fiction

In het pakket van Boerderij Landzicht zitten een paar weken geleden overheerlijke asperges. Van de schillen, de kontjes en de asperges trek ik een bouillonnetje. Ik vis de asperges tussen de schillen uit (een tijdrovend klusje) en bedenk dat het de volgende keer toch handiger is als ik óf de schillen en de kontjes óf de asperges zelf de volgende keer in een netje doe (waarschijnlijk heb ik dat de vorige keer ook al bedacht, maar dat is alweer een jaar geleden…).

We eten de asperges met een paar hardgekookte eieren en piepertjes. De schillen verdwijnen in een bakje in de koelkast.

Een paar dagen later komt manlief met een doosje asperges van de groenteboer om de hoek. Manlief weet inmiddels dat hij aspergeschillen niet zomaar mag weggooien en, enigszins mopperend, stopt hij de schillen in een doosje in de koelkast.

Ik weet dat ik die schillendoosjes niet te lang moet laten staan. Niet alleen omdat ze dan gaan schimmelen en stinken, maar ook omdat manlief de doosjes dan onherroepelijk in de vuilnisbak mikt en concludeert dat hij dat dan net zo goed meteen had kunnen doen. Of beter nog, dan hadden ze in het compostvat gekund.

Op Hemelvaartsdag gaan de schillen, in een herbruikbaar groentenetje van de supermarkt, in mijn grootste pan om ze met soda te koken. In het afvalbakje op het aanrecht, waar we de snijresten voor de compost verzamelen, zie ik een flinke hoeveelheid uienschillen. Ha, die kunnen ook mee in de pan (netje #2). Onderin het afvalbakje ligt ook nog wat snijafval van de prei. Hup, nog een netje (#3).

Als ik met het afvalbakje bij het compostvat kom en het deksel open, zie ik de zielige stelen van de tulpen liggen die ik er een paar dagen eerder in heb gemikt. Ik denk aan Marieke en Youssouf Akaia, Marieke’s marmervriend. Ook van tulpen kan je papier maken, weet ik nog, maar of dat nou juist de stelen of de bladeren waren? Ik weet het niet meer. Tussen de spinnenwebben door vis ik de uitgebloeide tulpen uit het vat. De stelen en de bladeren verdwijnen in mijn pan(netje #4).

Ondertussen graaf ik in mijn geheugen en fantastisch geordende database naar het recept, want hoeveel soda moest er nou in? Ik weet dat ik het ergens in 2013 moet hebben gekregen na mijn eerste workshop papier maken in de Spoortuin. Maar ik kan het in de verzameling lesbrieven, projectbeschrijvingen, info en cursussen niet vinden en stuur een appje naar Marieke. Het water kookt al voordat ze kan antwoorden en ik besluit een gok te wagen. Heel ernstig is het niet, denk ik, en waarschijnlijk kan je beter meer dan minder soda gebruiken (zo voor een enkele keer). Ik mik een paar scheppen soda in de pan en roer het door.

Oh ja, als je met Pasen witte eieren met uienschillen van gele uien kookt worden ze roodbruin. En mijn groentenetjes dus ook… Ik ben benieuwd wat dat met de aspergeschillen doet (worden natuurlijk ook donkerder) en later met het aspergeschillenpapier.

Maar zo ver is het voorlopig nog niet. De schillen, stelen en bladeren liggen gekookt, uitgespoeld en inmiddels gedroogd bij mijn pulpvoorraad. Maar wanneer ik er papier van ga maken?

Wordt vervolgd…

PS. Misschien kan ik dan ook zien welke pulp van de prei is en welke van de tulpen…